ANP 530145583

Een waardig beeld: de langlopende strijd om Anton de Kom

Nieuws

Door de jaren heen is het standbeeld van Anton de Kom in Amsterdam-Zuidoost uitgegroeid tot een symbool van iets wat het nooit had moeten zijn. Er zijn sinds het begin protesten geweest en vorig jaar namen Akwasi en Ike Melchizedek het heft in eigen handen met de organisatie van het veelbesproken 'aankleedmoment'. Inmiddels heeft de maker van het beeld zich uitgesproken en wil de gemeente Amsterdam het roer omgooien. 

Wie was Anton de Kom?

Om de discussie over het standbeeld te begrijpen, moet je eerst weten wie Anton de Kom was. Cornelis Gerhard Anton de Kom werd op 22 februari 1898 geboren in Paramaribo, Suriname, in een creoolse volkswijk. 

Anton de Kom was van jongs af aan leergierig en had een sterke interesse in de verhalen over slavernij die hij van oudere mensen in zijn omgeving hoorde. Hij behaalde een boekhoudingsdiploma, maar werd al vroeg geconfronteerd met de racistische realiteit van het koloniale systeem. Goede banen waren voor mensen zoals hij nauwelijks weggelegd. In 1920 vertrok hij naar Nederland, waar hij werk vond bij een koffiebranderij in Den Haag. Daar leerde hij zijn latere vrouw Petronella (Nel) Borsboom kennen, met wie hij in 1926 trouwde. Het stel kreeg vier kinderen.

In Nederland sloot De Kom zich aan bij links-activistische kringen. Hij sympathiseerde met de Communistische Partij Holland en schreef regelmatig voor progressieve en antikoloniale tijdschriften. Hij was een veelzijdige man die meerdere talen sprak, waaronder Engels, Duits, Frans en Papiamento.

In 1932 keerde hij met zijn gezin terug naar Suriname en daar werd hij door grote groepen Surinamers als held ontvangen, omdat hij voor zijn landgenoten opkwam. Het koloniale gezag was hier niet blij mee en op 7 februari 1933 liep het uit de hand.

De politie schoot op een vreedzaam protesterende menigte, waarbij twee mensen om het leven kwamen. Deze dag staat bekend als Zwarte Dinsdag. Kort daarna werd De Kom gearresteerd en zonder enig proces vastgezet in Fort Zeelandia. Na drie maanden gevangenschap werd hij samen met zijn gezin teruggestuurd naar Nederland en verbannen uit zijn geboorteland.

Terug in Nederland schreef De Kom zijn bekendste werk: Wij slaven van Suriname, dat in 1934 verscheen. Het was de eerste keer dat de geschiedenis van Suriname werd beschreven vanuit het perspectief van de tot slaafgemaakten en andere onderdrukten, in plaats van dat van de kolonisator. Terwijl De Kom het zelfrespect van Surinamers wilde opwekken probeerde de Nederlandse autoriteiten te voorkomen dat het boek gepubliceerd werd. 

Tijdens de Duitse bezetting sloot De Kom zich aan bij het communistisch verzet en schreef hij voor de illegale krant De Vonk. Op 7 augustus 1944 werd hij gearresteerd en via verschillende kampen belandde hij uiteindelijk in het concentratiekamp Sandbostel, waar hij op 24 april 1945 stierf aan tuberculose.

Zijn lichaam lag jaren in een massagraf. Pas in 1960 werd hij geïdentificeerd en herbegraven op het Nationaal Ereveld in Loenen. In 2020 werd Anton de Kom als eerste Surinamer ooit opgenomen in de Canon van de Nederlandse Geschiedenis en in 2023 bood de Nederlandse regering hem postuum eerherstel aan.

ANP 458299342

Kritiek op het standbeeld

In de periode rond de eeuwwisseling vond er een grootschalige stadsvernieuwing plaats in Amsterdam-Zuidoost. Er werden nieuwe pleinen aangelegd, waaronder het Anton de Komplein aan de Bijlmerdreef. Op initiatief van buurtbewoners en Stadsdeel Zuidoost werd een wedstrijd uitgeschreven voor een monument dat recht zou doen aan de erfenis van De Kom.

Na een stemming onder bewoners en een jury werd het ontwerp van Jikke van Loon gekozen. Van Loon, een witte Nederlandse kunstenares, reisde naar Suriname om een grote boom te zoeken die ze per boot naar Nederland liet verschepen. Haar bedoeling was een ode aan De Koms kracht en wortels: een man die letterlijk uit het goede hout gesneden was. De dichtregel Strijden ga ik! van De Kom diende als leidraad.

Het resultaat was een bronzen beeld van bijna drie meter hoog, waarop De Kom met ontbloot bovenlichaam uit een boom lijkt op te rijzen. Het beeld werd op 24 april 2006 onthuld op het Anton de Komplein, precies 61 jaar na zijn overlijden

Al tijdens het selectieproces was er onrust ontstaan, onder andere omdat de stemprocedure niet transparant was verlopen. Een internetstemming die buiten het organisatiecomité om was georganiseerd had een andere winnaar aangewezen. Maar de meeste weerstand draaide om het beeld zelf. Een groep buurtbewoners kwam samen in het 'Comité een waardig standbeeld Anton de Kom' en eiste dat de onthulling werd uitgesteld of stopgezet.

Anton de Kom was een man die altijd netjes gekleed ging, in pak en met das, zoals Mitchell Esajas van The Black Archives later zou omschrijven: een echte dandy. Het afbeelden van hem met ontbloot bovenlichaam voelde voor velen als een vernedering. Het riep beelden op van tot slaafgemaakten. Schrijver en activist Akwasi verwoordde het later treffend: hij vroeg zich af waarom een man die altijd keurig gekleed ging, op een standbeeld 'schaars gekleed, bijna als een slaaf' was afgebeeld. Tegenstanders wezen ook op de mismaakte arm in het beeld, die sommigen associeerden met lijfstraffen of met een racistisch beeld van de evolutie. Het was geen ode aan een denker, maar een karikatuur, zo klonk de kritiek.

Ondanks demonstraties ging de onthulling toch door. De jaren erna bleef de discussie levend. In 2007 stemde de Stadsdeelraad Amsterdam-Zuidoost over de vraag of het beeld mocht blijven of verwijderd moest worden. Het houten origineel belandde in de collectie van het Rijksmuseum.

ANP 308902874

Een nieuw beeld?

Inmiddels zijn we twintig jaar verder en lijkt er eindelijk schot in de zaak te zitten en wordt er geluisterd naar de gemeenschap. Een half jaar geleden organiseerden Akwasi en Ike Melchizedek het aankleedmoment. Ze trokken het beeld van Anton de Kom kleren aan die bij hem pasten. Het was opnieuw een protest tegen de manier waarop De Kom afgebeeld staat en het is niet voor niks geweest.

Kunstenaar Jikke van Loon stuurde via Het Parool een open brief de wereld in. Hierin gaf ze o.a. aan dat ze nu beter begrijpt waar de kritiek op haar beeld vandaan komt en dat ze het met de kennis van nu anders gedaan zou hebben. Daarnaast stelt ze dat het misschien wel tijd is voor een nieuw beeld, door een nieuwe maker. Dit ligt in lijn met de ideeën van wethouder Touria Meliani van Kunst en Cultuur.

Meliani heeft zich de afgelopen jaren ingezet op een fundamentele koerswijziging in het Amsterdamse cultuurbeleid. Representatie en inclusie zijn daarin belangrijke begrippen. In recente beleidsplannen heeft Meliani gezegd dat het debat over het beeld van Anton de Kom het belang onderstreept van zorgvuldigheid, participatie en maatschappelijke inbreng bij representatie en historisch eerherstel. Er is een duidelijke roep om dit beeld aan te passen, aldus Meliani, en ze wil ruimte geven aan dat geluid.

Amsterdam wil de komende jaren systematisch bekijken welke gemeenschappen en culturen onvoldoende vertegenwoordigd zijn in het publieke kunstlandschap. Onderzoek heeft uitgewezen dat de openbare ruimte van Amsterdam een sterk scheef beeld geeft: vrouwen, mensen met een migratieachtergrond, de LHBTIQ+-gemeenschap en mensen van kleur zijn enorm ondervertegenwoordigd in het straatbeeld. De overgrote meerderheid van de standbeelden toont witte mannen uit de Nederlandse geschiedenis.

Meliani vertelde in The Morning Show dat er al concrete plannen liggen voor een standbeeld voor gastarbeiders, die hard gewerkt hebben aan de opbouw van Nederland. En Anton de Kom? Meliani heeft aangegeven dat er ruimte moet komen voor een nieuw, waardig standbeeld van De Kom. Een beeld dat wél recht doet aan wie hij was: de goedgeklede, gepassioneerde denker en strijder die hij was. Een beeld gemaakt in samenspraak met de Surinaams-Nederlandse gemeenschap.

 

App de studio